4
100 STILLE UREN.
die hem vroeg om weg te gaan uit de altijd-ömdroeving van zijn herinneren en met hem mee te komen in de warm-schermende liefde van zijn huisgezin tot hij weer sterk en gezond zou zijn. In het moeilijk napeinzen van wat plotseling tot zijn denken helderde, had hij langzaam de krachtsinspanning in zich voelen zwaren om uit den sleurgang der dagen te gaan, geleidelijk over-dofiend tot een moewe onverschilligheid voor wat er met hem zou gebeuren, wanneer hij bleef voortzieken en waarin alleen het verlangen heftigde altijd te mogen blijven zooals hij lag, zonder voelen van zijn lichaam, voortsoezend op de lijnlooze neveling van zijn vraag-dwalende gedachten. Maar machteloos om lang zijn willen te dwingen tegen het dringend vragen van zijn vriend, had hij eindelijk toegegeven, belovend den volgenden dag met hem mee te gaan, niet verder voelend dan de behoefte van het oogenblik, neer te liggen, alleen, zonder hinder-klankend stemgeluiden rond zijn hoofd en voort te slapen in de mooi-beeldende drooming der morphine.
Den volgenden morgen, nuchter-gewaakt uit den langen rustnacht, had hij zijn belofte als