96 STILLE UREN.
op-en-neeren van haar kleine borst, in zich te drangen de visioening van haar navrant-lief lachen, dat langs haar bleeke, ziek-dunne lippen trok.
Na het eten, had hij met haar gezeten voor de open tuindeuren. In de uitgemoeide stilte van de leeggelaten kamer, was zij tegen hem aangeleund, haar bleek-goedig hoofd zwaar-leunend tegen zijn schouder en hij was naast haar gebleven, zijn arm rondend om haar heen, om haar vast tegen zich aan te houden. En zij was langzaam, ongemerkt ingeslapen, rustig ademend in den wijd-stillen nacht.
Toen had hij gezeten, peinzend in de öm-ruimende duisternis, visioenend voor zijn oogen alles wat voorbij was, alles wat moest komen in de geheimende dreiging der dagen.
Buiten was alles heengezwegen tot een be-weegloos-zuivere stilte, waarin even telkens een week geluid van verre menschen klankte, een roerloos-heldere nacht, eindeloos-hoogend naar den staal-diepen hemel, waartegen de sterren trilden in geheimende goudheid.
En hij was beweegloos blijven zitten om haar niet te wakkeren, voortpeinzend die ééne ge-