XXXVI.
W edergeboorte.Hier ben ’k Europa’s schiereiland *) ontweken, Den woesten strijd op uitgeputten grond,
In Jong-Japan, in nauw ontgonnen streken,
Toen ’k ginds nog vals-modern reaksi vond,
Hier lang reeds Babel’s Cyclen-Reeks a) bleef steken, En ’t Iroha voor ’t telegraaf-srift zwond,
Waar ’t Gele Ras zo toonde plots te breken Met alles, wat het aan ’t Voorheen nog bond.
Hier zag ’k den hemel d’eerste stralen schoren Der Zon van een Beschaving zonder weerga, Hoe, wddr men ook in ’t puin der ouderen woelt, ’k Werd in dit Eden, di Natuur herboren En ’k heb bij ’t naderen ener niwe Era Me’ er weer een oermens èn een god gevoeld.