XXX.
Staten<Generaal.Door forse zwaaj van d’Aard-Bol aangedragen Uit donkeren vormen-dompel rekt en richt Zich land na land nu naar het niwe Licht,
Dat boven de Bastille uitgeslagen,
Juist honderd jaar daarna door ’t wolk-geschicht, Van Dzji-Pon-Koewé’s kim roosde’ en welks stagen Triomftocht reeds Tschoeng-Koewé’s x) Volkeren
[zagen,
Welks kust nu in dien gloed gewenteld ligt.
En als tans in Nippon bij ’t openingsfeest Van ’t Parlement het Volk het troon-woord leest In rosé krant *) op straat, in tram of trein En menig hoofd gloejt in den wederschijn Van zulk een blad, dan lijkt het of het rood Dier morgen-pracht er elk gelaat bevloot.