XV.
Kamerscherm.I. Haroe. ‘)
Nu ’k eindelijk vrij na zwaren strijd mag pozen Wil ’k door de simbolike tuinen 2) zweven Een vlinder, — waar in zalig liefdeleven Pijnen 8) saamwuiven, bladloos bloesems blozen Van moeme’ *) en momo B) of er d’uchtend-rozen Van wolken in het voorjaar aardwaarts dreven, Waar bamboe-palmen uit hun ringen streven Al hoger, daarom tot zinbeeld gekozen Van hogen leeftijd, waar kapellen deinen Op bloemdons in den wind, zaad-appels puren Uit vlammenklokken, diepten, fulp van muren En moesmé’s over brugjes, enge paden Door bloemenmist van ’t dwerghout wankend waden Dat zij godinne’ omzwermd van sterren-schijnen.