Wereldbouw

Titel
Wereldbouw

Jaar
1933

Pagina's
185



74

XXVI

UIT DE MIDDENiEWEN

Nog staat als ster, die — langzaam neergedaald — ' Voor voetstuk zich tot lotusbloem vergrootte *)

In tempels, waar zijn stengel neerspiraalt

En heft — de blote borst van ’t kleed omvloten —

De Boets’, 2) waarvan ’t gelaat Nirwana 8) straalt. .

’t Schijnt, zo zijn ogen zalig staan gesloten —

Of ’t wimperpaar van Licht toch word doorschoten, Hij als in droom zijn goddelik Woord herhaalt Met breed gebaar. Nog steeds bij ’t gongen^gonzen Stroomt ’t volk door torii’s 4) in de tempels, knielt Het hoofd ter aard’, door handgebrei geschoord,

Of smeekt de handen stijf op met de bonzen B)

En mompelt beden als door schrik bezield Of ’t donderen van het Rad der Karma B) hoort.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.