XXVII
75
HET SHÏNTOISME *)
Nog blijft in Miya’s 2) steeds de Spiegel stralen En Honkt er Bergkristal, Banier en Zwaard,
Waar witte priesterstoet in tempelzalen D’erinnering aan de Kami’s 3) vroom bewaart,
Die er op handgeklap van ’t Volk neerdalen En door gebed de heldenkracht weergaart Der Vaderen, wier geschim er om blijft dwalen En door hun macht zijn ziel van licht doorklaart, Zo ’t veel verwierp van wat de ouden dachten,
’t Wil de’ ogen toch in effen spanning richten Op de simbolen, die den voorzaat lichtten Om schoner, reiner dan de voorgeslachten Van wat als zonde, duister drukte ontdaan,
Een niewe werekUorde in te gaan,