'Vuile stinkboeven,' schreeuwde een jonge stem schel ergens beneden vandaan, uit de strafcel.
'Ja jochie, de heren van de justitie waren blij dat ze me in hun poten hadden. Kort na de oorlog, toen het nog een rotzooi was en ik nog geen werk had, ben ik op pad geweest met een paar oude vrienden. Ze kregen me te grazen, maar toen ik in de lik zat zei de aalmoezenier: 'Je moet gratie vragen en vertellen, dat je in 1944 de Moerdijk bent overgezwommen en met de Canadezen hebt meegevochten.' Daar ben ik toen ook op vrijgekomen. Nooit heb ik meer iets uitgehaald, sinds zestien jaar, alleen hou ik van stropen, en daar hebben ze ook verschrikkelijk de pest over in. En nu heb ik geweigerd te bekennen, want ik heb niks gedaan godverdomme. "Hij heeft geen schuldbewustzijn", beweerde de rechtbank, daarom heb ik twee jaar en drie maanden gekregen. Ik zal je volgende keer de brief van mijn advocaat laten lezen, omdat hij er niets van begreep. Hij schrijft, ervan overtuigd te zijn dat ik absoluut onschuldig ben. Twee jaar en drie maanden. Dat is al anderhalf jaar geleden, nu wacht ik nog steeds op hoger beroep. Ze werken allemaal samen, de hoge heren. De rechter-com-missaris schuift de zaak op de lange baan, elke keer weer, nu eens heeft hij geen tijd, dan weer is hij er niet, altijd een Einde-re kutsmoes. Word je in hoger beroep vrijgesproken, dan heb je je portie toch te pakken. Ze zijn zo wraakzuchtig als olifanten. Die proberen je ook dood te trappen, nog jaren nadat ze zich door je beledigd voelen.'
De miljonair
Een medegevangene die brood kwam brengen vertelde het, vlug, voordat de bewaarder hem aanmaande voort te maken. Ze wisten het in de bibliotheek. En het stond 's avonds met dikke koppen in de krant: miljonair gearresteerd wegens zwendel.
80