jij de rotzooi aanvegen.' De weeïg-zoete stank van stront, vermengd met pis en creoline, ontsnapte aan het tonnetje zodra ik het deksel had opgelicht. Ik moest zo nodig, en nu kwam het niet. Alleen maar omdat die ouwe erbij zat. Hij zag me niet eens, achter het scherm. Het zweet brak me uit. Ik deed de luchtklep open; raampjes waren er niet in cellen op onze ring, alleen een stuk matglas ergens heel hoog.
Verbaasd keek Brammetje op, toen ik weer aan het tafeltje kwam zitten. 'Vooruit dan maar,' zei hij, en opende het spel. 'Zo makkelijk krijgt hij me niet meer,' dacht ik, hield elke zet in de gaten. Er kwamen adertjes op zijn gezicht, terwijl zijn hoofd op zijn ellebogen boven het bord hing. 'Zullen we eerst koffie nemen?' stelde hij onverwachts voor, en stond al op om in te schenken. 'Weet je waarom ik zit?' vroeg hij plotseling. En zodra ik hem aankeek: 'Die rotzakken hebben me te grazen. Ze hebben me een oog uitgeslagen en mij de schuld gegeven, ofschoon ik ze niks heb gedaan. Ik wilde ze doodsteken, beweren ze, omdat ik een mes in mijn poten had. Dat hebben ze onder ede verklaard. Ik wou ze alleen maar bang maken, om mijn wijf bij ze weg te halen; die stinkhoer hokt met een van die twee broers. Ik had een borreltje gedronken en dacht: 'Nou zal ik ze eens lekker de stuipen op het lijf jagen, dan komt ze wel weer bij me. Maar toen ik bij ze voor het tuinhek stond, vloog plotseling de deur open en voor ik er erg in had kreeg ik een tik met een ijzeren staaf precies in mijn oog. Ze renden weer naar binnen, smeten de deur dicht, en ik lag daar, het bloed liep over mijn wang. In het ziekenhuis hebben ze het oog weg moeten nemen.'
Tranen Hepen over de wangen van die ouwe. 'Geloof me jochie, dat ik de waarheid spreek, ik zweer het je. En weet je wat ik gekregen heb? Twee jaar en drie maanden, wegens poging tot doodslag. En niks heb ik ze godverdomme gedaan.'
De voetstappen van een bewaarder klonken hol op de ring.
79