zat een dik vel op, alsof hij had geweten dat ik daarvan hield. Even draaide hij zich om naar het ronde glaasje, zo groot als een oog, in de celdeur, waardoor de bewaarder van buiten kon zien of je misschien zelfmoord aan het plegen was, of bezig met een ontvluchtingspoging. Toen pakte hij haastig zijn groene zakdoek uit zijn broekzak, plukte die open tot er een scholletje uit de voorschijn kwam: 'Voor jou meegepikt uit de keuken. Eet gauw op, ze mogen het niet merken.'
Hij had ook een stoel meegenomen, maar dat mocht, want staande kan je moeilijk schaken. De directeur had zijn toestemming gegeven: 'C 2/s en C 2/s, donderdagavond, schaken.'
Breeduit ging hij zitten aan het tafeltje, waar nu het bord met stukken op stond. 'Loten,' zei ik, en hield in elke hand een zwarte pion, zoals ik dat ook vroeger bij Maurits deed, ik kon het niet laten. 'Zwart,' mopperde Brammetje, waarop ik de inhoud van mijn andere hand liet zien.
Hij speelde net als ik, zonder enige kennis van de theorie, maar terwijl ik hem met wilde zetten verraste, niet uit berekening, maar uit waaghalzerij, was zijn spel heel bedachtzaam. 'Koning,' zei hij plotseling, en ik antwoordde, zoals thuis: 'Een neviege tot beloning.' Zelfs zijn glazen oog keek me verbaasd aan, en hij herhaalde: 'Je koning staat schaak, jochie.' 'Mat,' dacht ik, maar ik ontdekte nog één mogelijkheid: mijn koningin offeren. 'Ik geef het op.'
Brammetje lachte met zijn hele lichaam. 'Ja jochie, dan moet je maar opletten, waor? Ha, zo heb ik ze vroeger zo vaak te pakken gehad. Als ik ging stropen, wist ik dat ze op me loerden. Dat voel je. En als ze dachten toe te staan, was ik al verdwenen met mijn haas of fazant.'
Ineens begon hij te schelden op katten: 'Die vuile stinkers loeren altijd op mijn duiven. Als ik het merk schiet ik ze hartstikke kapot. Nou jij wit,' zei hij, en draaide het bord om.
'Even uit de broek,' antwoordde ik, 'mijn blaas barst bijna. Straks hoor je een knal, dan ben ik uit elkaar gespat en kan
78