'Vertel verder,' drong Jeltje hartstochtelijk aan, en blies beweging in Jules' lippen.
'Koert... tas... politie...'
De langste van de twee agenten duwde snel een prop in zijn mond, zodat hij nog slechts vage geluiden kon uitstoten, terwijl een gevoel van misselijkheid hem overviel.
Op het hoofdbureau van politie werd hij in een donkere kamer geleid. Eens, tijdens de bezetting, had hij vingerafdrukken moeten laten maken voor zijn persoonsbewijs, en liever vocht hij zich dood dan dit ooit weer toe te staan. 'Straks,' fluisterde de korte agent tegen de lange en gaf hem een wenk, om daarna Jules te verzoeken een momentje omhoog te kijken, er lachend aan toevoegend 'een monumentje maar'. In een oogopslag zag Jules een groot fotoapparaat, een kast waarmee vroeger straatfotografen een seconde aandacht vroegen voor het vogeltje, en resoluut wendde hij zijn hoofd af. Een foto liet hij ook niet nemen. Hij had niet gestolen en liet zich niet als een misdadiger behandelen.
'Doe toch niet zo dom,' zei de korte agent verveeld, 'daar heb je alleen jezelf mee. Je wilt immers weer gauw naar je vrouw? Ik heb haar zien staan. Een fatsoenlijk gezicht, vind je ook niet?' vroeg hij aan zijn collega. 'Je snapt niet wat de mensen bezielt. Je wou zeker voor haar een televisietoestel kopen dat je lood hebt gepikt. Wat zeggen ze ook weer in Frankrijk? Chassé la femme.'
Jules bewoog zich niet.
'Kom nou,' zei de agent ongeduldig, 'hoe moei-
64