Even uithijgen. Wat zegt ze?
'Saartje is dood.'
Ze is gek. Vorige week is Saartje nog aangekomen en had ze minder koorts.
We moeten op de divanbank zitten. Ze zegt het weer: 'Vannacht is Saartje plotseling gestorven.'
Is het wèl waar?
'Waar is vader dan?' wil ik vragen, maar ik moet slikken, net als op school.
Vannacht is ze gestorven? Misschien is het gebeurd toen ik met Maup aan het knokken was. En was ze dood toen we ermee uitscheden. Opoe zegt altijd dat grote jongens niet moeten huilen. Zij huilt ook niet. Twee kinderen zijn bij haar doodgegaan, heeft vader verteld, maar die waren nog heel klein.
Maurits schokt, ik voel het op de divan. Zal ik mijn hand op zijn schouder leggen? Hij duwt hem weg. Hij is toch niet kwaad op mij?
Ik weet niet wat ik moet zeggen. Mijn gezicht gloeit. Het is begonnen met Mimi, die heb ik doodgemaakt door de lysol. Toen heeft moeder het ongeluk gekregen en nu is Saartje dood. In één week. Kan het dat het een door het ander komt? Ik heb haar niet eens meer geschreven. Het is al zo lang geleden dat ik haar voor het laatst heb gezien. Met haar verjaardag. Dat is 29 plus 31 plus 19, 79 dagen geleden. Ik weet nog hoe ze tegen me lachte en wuifde, toen we weggingen.
Opa schilt de aardappelen, aan een hoek van de tafel. Hij zegt helemaal niets. Soms zucht hij, in zichzelf, maar dat doet hij anders ook. Opoe loopt heen en weer. Ze geeft ons een kop thee met veel melk.
Word je anders als er iemand van je familie doodgaat ? Antoon heeft geld gestolen toen zijn vader stierf. 'Als mijn kinderen zoiets zouden doen, zou ik ze met
150