het ook wel eens overkomen dat ik bij mensen een glas water mocht drinken dat nog naar karnemelk smaakte. Toch kan ik beter geen sjoege geven.
Nauwelijks is Cor naar school vertrokken, of ik loop op mijn tenen naar het keukentje. Met groene zeep kledder ik de rand van het glas in, en ik veeg net zo lang tot alle bacteriën hartstikke dood zijn. Zelfs de kopjesdoek gebruik ik niet voor het afdrogen. Met een punt van mijn jasje gaat het ook. Wel zitten er haartjes op het glas, die ik met mijn vinger wegpulk.
Als ik nu wegga, dan heeft niemand er iets van gemerkt. In de winkel staat nog steeds een klant te praten. Net als bij vader. Klanten vinden het altijd gezellig om te blijven kletsen.
'Dag juffrouw', roep ik, en ik verlaat haastig de winkel.
Twee uur. Ik heb nog een vol uur de tijd. Verderop in de Nes is de lommerd. Vader gaat er soms heen als hij iets nodig heeft. Dat is goedkoper dan gewoon in de winkel. Er hangt een aanplakbiljet met de aankondiging: heden kijkdag. Kun je er als jongen ook naar binnen gaan?
Ik buig me over een vitrine om naar de horloges te kijken. Saartje heeft er een gekregen voor haar verjaardag. Ineens wordt ze reuze verwend door de familie. 'Bij ziekte merk je pas dat ze bestaan', zei moeder, maar moeder heeft altijd wat bijzonders. Vader kan er niet goed tegen als ze van die zure opmerkingen maakt over zijn misjpóge. De hare geeft helemaal geen sjoege. Als ze dat maar weet. Dat ene horloge, daar links, zou ik best ook wel voor mijn verjaardag willen hebben.
Ineens voel ik een hand in mijn nek. 'Wat doe je hier?' hoor ik, 'laat je zakken eens voelen. Nou ja, die
135