De koeien in Argentinië wel, die gaan 's winters niet op stal, maar zwerven door de pampa, heeft vader verteld, daarom is het leer uit Zuid-Amerika zo dik en sterk. Ik frommel met mijn hand in mijn jaszak, draai mijn wijsvinger in een stukje touw, pulk een pepermuntje uit het rolletje dat moeder me heeft meegegeven, al staat er op het lijstje dat we geen snoep mochten meenemen, behalve fruit, dat moet worden ingeleverd en onder allemaal gelijk verdeeld. Daar is het kammetje dat ik niet kon vinden toen ik wegging. Met een nagel beweeg ik de tanden ervan heen en weer. Het geeft zo'n leuk geluid, net alsof je een vlo knapt. Een tandje breekt af. Ik schrik ervan, want het kam-metj e is van Saartj e in het sanatorium. Als ze maar niet denkt dat ik het met opzet heb gedaan, zoals die ene keer, toen ik haar benen pen heb gebroken omdat ze zei dat die onbreekbaar was. Zou je het bokkie ermee kunnen kammen?
Ik buk mij, al lopend, voorover, trek de tanden diep door de leren huid, en nog eens, en nog eens. Haantje doet net of hij het niet merkt, tot ik begin te zingen: 'Van je bokkie, bokkie, bokkie, bokkie, bè...'
Als je zo iets doet is het sterker dan je zelf, alsof de zee je bij eb mee wil zuigen. Je wordt er opgewonden van. Als ik Maurits zo pest wordt hij driftig, zegt: 'Lach niet zo schijnheilig', en dan hebben we meteen een knokkie.
Haantje kijkt op, schudt even met zijn hoofd als wil hij me vragen ermee op te houden, maar kijkt dan weer gauw voor zich. Hij mag niet achter raken.
Naast mij loopt Leentje Heyers van de Oostzaner-dijk. Zij is wel twee jaar ouder dan ik. Zij sjanst altijd op oudere Ajc'ers. Ze heeft nog geen woord tegen mij gezegd. Zo nu en dan neem ik haar op. Ze is wel knap.
125