over, van zijn broer, of van zijn zuster, of van zijn vader en moeder?'
Wij hebben het bokkie thuis. Dat kun je toch niet aanbieden. Aarzelend zeg ik: 'Mijn vader heeft nog een ransel liggen, een soldatenransel.'
'Kijk eens aan', zegt Bram, en Sjaan roept: 'Zie je wel, ik zag aan zijn gezicht dat hij ergens over nadacht.'
Als ze maar niet merkt dat ik een kleur krijg. Terwijl ik een hand voor mijn wangen houd, verontschuldig ik: 'Maar het is een bokkie, geen echte rugzak.'
'Nou, wat hindert dat?' zegt Sjaan, 'vind jij het erg, Haantje?'
Haantje knikt van nee.
Na afloop van de hordeavond loopt hij met me mee naar huis. Zijn manke rechterbeen is helemaal stijf, en sleept achter hem aan.
Het is bar koud voor pasen. Iedereen heeft rode knieën boven zijn kabelkousen. Je moet er niet op letten, Ajc'ers zijn geen koukleumen.
In rijen van drie lopen we zingend door de straten van Bussum.
Links de jongens,
rechts de meisjes,
en ik zelf ertussenin. Kinderen hollen naast ons mee, roepen: 1Ajc'ers, potje likken...'
Voor mij strompelt Haantje. Haastig zet hij zijn linkerbeen neer, om tijdig zijn rechterbeen bij te kunnen trekken. Het ranseltje slingert op zijn rug heen en weer, naar links, naar links, naar links... De zon schijnt erop, de roodbruine haren op de huid van het bokkie glanzen. Hebben paarden zulke ruige haren?
124