Diemen te worden gebracht.
'Je kan aan de kist zien dat ze lang is geweest,' zei een van de lijkbezorgers met een lachje. Vader antwoordde niet, terwijl de strepen onder zijn ogen zich nog scherper aftekenden. Wij wachtten tot de rebbe kwam, die vader een hand gaf, iets in het Hebreeuws mompelde en opdracht gaf Saartje naar de lijkauto te brengen.
Daarachter in de eerste volgauto, zaten vader, opa, Maurits en ik. Terwijl ik aan Saartje dacht, zeurden straatliedjes in mijn oren, die ik probeerde weg te denken, weg te duwen, weg te vloeken. Wat was er met mij aan de hand? Ik vond het verschrikkelijk dat Saartje was gestorven, en afschuwelijk was het ook voor vader en moeder en Maurits. Steeds keek ik naar vader in de hoop dat hij niet meer zo'n verdriet zou hebben. Waar kwamen die rotliedjes dan vandaan?
Langs de kieren van de gesloten gordijntjes kon je zien dat mensen op straat bleven staan en hun hoed afnamen. Even moest ik slikken.
Toen liepen we in een rijtje langs de begraafplaats. De naaste familie mocht de kist meedragen, terwijl aan vier uiteinden de lijkbezorgers de vracht torsten. Ook ik liep mee naast de kist, met vader, opa en Maurits, en probeerde te tillen, om Saartje nog even te kunnen voelen, zoals ik vroeger ook wel eens had geprobeerd haar heel alleen op te tillen, totdat moeder mij waar-
142