een auto niet tijdig had zien aankomen. Wie kon met zekerheid zeggen dat haar beschadigde ogen haar niet opnieuw parten hadden gespeeld?
Het ergste vond moeder dat ze nu niet naar Saartje kon. Saartje mocht tot geen prijs weten wat er was gebeurd. 'Vertel haar dat ik griep heb, Barend. Versta je me? Een stevige griep. Hete citroen moet ik drinken, met een aspirientje erin. Ik kan alleen niet naar haar toe vanwege het besmettingsgevaar. Als je tbc hebt mag je er niet nog eens griep bij krijgen, anders komen er complicaties. De dokter zegt het zelf, als je dat eraan toevoegt gelooft ze je wel: de dokter zegt het zelf.'
En zo ging vader in zijn eentje op weg met de boodschap van moeder.
Maurits en ik zwierven van de winkel naar huis, van huis naar school, van school naar het ziekenhuis. Soms aten we opgebakken aardappeltjes, dan weer en halve galle met kaas bij vader in de schoenmakerij.
Tot tante uit Zuid ons kwam waarschuwen dat vader plotseling naar Blaricum moest, omdat de dokter met hem wilde praten. En dat we bij haar konden slapen.
Tijdens het voorleesuur kwam Soepoog de klas binnen om te vertellen dat Santen bij de direc
135