woorden. Zou ik hem vertellen dat je er heel erg ziek van kan worden?
Toen ik het vertelde hoorde ik de ademhaling van Maurits sneller worden. Zijn gezicht verstrakte.
'Wat is er met jou aan de hand?' vroeg ik verbaasd.
'Smeerlap,' riep hij ineens, 'vuile smeerlap dat je bent.'
Driftig greep hij me beet. En dat terwijl ik helemaal niet wilde knokken. Ik had hem alleen maar doorverteld wat Adriaan me had geleerd.
128