zucht en koved hetzelfde. Saartje had gelijk, want vader had het altijd over zijn koved. Voor zijn koved deed hij dit niet, deed hij dat wel. 'Aan mijn koved moet je niet komen,' zo praatte hij vaak.
Ook Saartje behoorde tot zijn koved. Van haar verwachtte hij dat ze het heel ver zou brengen, en hoewel haar ziekte een tegenvaller was, zei vader: 'We geven het nooit op. Ook dat komt weer in orde.'
En moeder?
'Moeder is een echte zakenvrouw,' vond Saartje. 'Dat kun je aan alles zien. Ze loopt als een waakhond de klanten achterna. Zij wil vader er weer bovenop helpen. En dan geeft ze geen duimbreed toe. Als jullie dat maar weten.'
124