situatie in. 'Had ik maar niet zo mesjogge moeten zijn, schoenmaker te worden,' hield hij ons voor. 'Wie dat armoevak kiest, vraagt erom belazerd te worden.'
Moeder was het daar helemaal niet mee eens. Als je je door de klanten in de maling liet nemen, was het eind zoek. Vader was vroeger ook veel te goed van vertrouwen geweest. Zij had hem vaak genoeg gewaarschuwd. Hij had er zich toen weinig van aangetrokken, maar nu zou zo iets niet meer gebeuren. Moeder bewoog zich dagelijks in de schoenmakerij, lapte de ruiten en bracht schoenen weg. Zij zou die groentevrouw met haar olifantsvoeten wel eens een lesje leren.
Ze kocht bij haar een kilo goudrenetten, en betaalde voor aardappelen.
'Ik krijg nog een dubbeltje van u,' maande de vrouw.
'Niet waar,' antwoordde moeder beslist. 'Daar staat dat appelen vijf cent per kilo kosten.'
'Aardappelen,' hield de groentevrouw haar voor, 'er staat aardappelen. Dat ziet u toch wel?'
Ze kregen heibel die twee, en moeder won, want tegen haar voornaamste argument viel niets in te brengen: 'Het verschil tussen appelen en aardappelen is niet groter dan dat tussen barrevoetsandalen maat 46 en damesschoentjes.'
122