branden. Hij was een goede schoenmaker die zijn klanten niet belazerde. En dat ontdekten ze al heel gauw.
Ook de groentevrouw om de hoek kwam bij vader. Zij bracht zelf haar waren rond. Sjokkend achter haar handkar hadden haar voeten zich zo stevig ontwikkeld, dat zij schoenmaat 46 nodig had. Waar ter wereld kun je zulke damesschoenen kopen?
Dus droeg zij 's zomers en 's winters barrevoet-sandalen, geschikt voor man en vrouw.
Het was voordelig ook. Ze bood ze vader steeds opnieuw ter reparatie aan.
Zolen en hakken voor herenschoenen kostten twee gulden, voor dames een gulden vijftig, en dat twee-kwartjes-verschil was alleszins de moeite waard.
De eerste keer dat ze ermee kwam, als nieuwe klant, had vader haar onzeker te kennen gegeven dat het toch eigenlijk herenschoenen waren, terwijl de vrouw dit hardnekkig ontkende. Was zij een man of een vrouw? Twijfelde vader daar soms aan? En zo niet: nergens in de prijsaankon-diging had vader aangegeven wat heren- en wat damesmaten waren.
Er was veel tegen die redenering in te brengen. Maar formeel gesproken had de vrouw gelijk, en wat belangrijker was, vader zag de humor van de
121