seling blij, zocht haastig in haar tasje naar een doosje met poeder, trok haar neus even op in het spiegeltje, bekeek haar spiegelbeeld en donsde zich zorgvuldig in. 'Het is nog koud op de steno/ zei ze, en rilde even. 'Die verwarmingsbuizen bezorgen je nog ribbels op je bibbeis/ antwoordde ik - wanneer had zij het niet koud? - 'en als straks de klok slaat blijven ze er voor altijd in zitten.' Hilda antwoordde niet. Zulke grapjes waren beneden haar waardigheid. Zij was eens cheffin geweest van de steno, onmiddellijk na de oorlog, maar op een kwade morgen zat Bollé achter haar bureau. Onaangekondigd.
Hillegonda strekte haar schouders. Zij was niet zo stijf gekleed. Daar kon je bij haar nooit hoogte van krijgen. Soms had zij een bruine jurk aan, gesloten tot aan de hals, en schoenen die tot aan de enkels reikten. Het leek wel alsof zij zich zelf dan oud wilde maken, zich beschermen tegen de avances van journalisten, uit angst aardig te worden gevonden. Want zij was een persoonlijkheid, en een goeierd ook, altijd moederde zij over haar collega's. Maar soms was zij humeurig, onberekenbaar zelfs, vooral tegen mij, en gaf mij het gevoel alsof ze mij haatte.
Doch nu had zij een laag uitgesneden, roodge-borduurde witte blouse aan, boven een blauwe plis-sérok. Zij legde haar knieën over elkaar. Ik kon haar dijen zien, wilde het niet laten merken. Zij zette haar leesbril af, keek mij aan, zei opnieuw gedag. Haar stroeve blik uit grijsgroene ogen was bij toverslag verdwenen, en zelfs haar scherpe jukbeen
7i