Dagdienst
De steno lag er verlaten bij. Op de bureaus, verspreid, lege koffiekoppen van de nachtdienst. Kleverige kringen. Straks zou Bolle weer een waarschuwing op het berichtenbord hangen, dat iedereen zijn eigen kopjes moest wegzetten. Nachtedities van de krant slingerden overal rond. Sigarettepeuken stonken uit asbakken.
Ik vond de sleutels van de telefooncellen in een verkeerde la en opende de celdeuren. Iemand had er, voor zijn gemak, een schrijfmachine in opgeborgen.
Op de telexkamer verbrak ik de nachtschakeling, die een beperkte automatische verbinding mogelijk maakte als er niemand op de steno was, zodat een buitenredactie toch een bericht kon doorgeven. Zette de centrale over op 'dag'.
Lellen telexkopij hingen uit de machines van de persbureaus. Ik plukte ze eraf, sorteerde elk bericht voor de afzonderlijke redacties, maakte er stapeltjes van en bracht ze naar boven. Zwierf van het ene redactiebureau naar het andere.
Toen ik mijn ronde had gedaan, was Hillegonda van der Weyden - Hilda zeiden wij - op de steno. Zij zat op een buis van de centrale verwarming voor het raam, het hoofd tussen de schouders getrokken, als een reiger aan de kant van een sloot. Haar dof, tinkleurig haar sliertte langs haar voorhoofd. Zij staarde voor zich uit, in verstarde eenzaamheid. Ik groette: 'Dag Hil!' Zij keek verrast op, lachte plot-
7 o