ben uitgehaald/ schreeuwde hij verbitterd de kantine in. 'Jullie hebben ons in de rug aangevallen, en daarmee snijden jullie in eigen vlees. Ik zeg dit niet als directeur. Ik sta hier als lid van de bemanning, en mijn hart bloedt. Ik ben zelf zetter geweest. Mijn moeder heeft in dit bedrijf als werkster de vloeren gedweild. En nu deze schande. Onderling verscheurd zitten wij hier bij elkaar. En de vijand, jullie eigen klassevijand zoals jullie hem vandaag hebben genoemd, is de lachende derde. Staken tegen jullie eigen bedrijf...'
Een oude arbeider, in manchester pak zoals ajc' ers die plachten te dragen, stond op, hield de rugleuning van de stoel vóór hem vast met twee handen die trilden. Hij zei met verstikte stem: 'Ons eigen bedrijf? Dat was vroeger zo, en met onze eigen centen en sappelen hebben wij het groot gemaakt. Hoor je het, Roodhuysen, wij! Toen jij ook nog achter de drukpers stond. Maar nu beslissen jullie over ons. Daar deugen we alleen nog voor, behalve vandaag: nu horen we er plotseling weer bij...'
De voorzitter klopte heftig met zijn hamer. De arbeider raakte van zijn stuk, hakkelde nog enkele woorden, ging toen zitten en huilde als een kind.
Er heerste nu volslagen stilte, alsof iedereen zich persoonlijk schuldig voelde aan hetgeen zo juist was gebeurd. Achter de groene tafel werden de hoofden naar elkaar toegebogen, meisjes brachten koffie rond in het oplevend geroezemoes van de kantine.
Directeur Roodhuysen stond opnieuw op.
110