stand gerichte blik van de zeeman in zijn heldergrijze ogen, en de zwaaiende gang van zijn vroegere beroep. De verwording van de Revolutie, en zijn teleurstelling, heeft hij beleefd door zich individueel tegen de uitbuiting te verzetten. Hij wou bij geen baas meer werken, en ging in Den Haag deel uitmaken van de neem-en-eetgroep. Neem en eet, zonder ervoor te betalen.
Wat mij vooral in Rinus aantrekt is zijn correcte houding. Hij heeft mij sinds ik hem ken nooit een kunstje geflikt, en kom daar eens om bij anderen.
Ik ben mijn vrachtje briketten weer kwijt voor die dag, en als ik met mijn handkar over de keien van de gracht kom aanratelen, is het werk in de fabriek ook tot rust gekomen. Harry staat zich af te kledderen aan een fonteintje, dat eens wit is geweest. 'Wacht even', zegt hij, 'ik loop met je mee.'
Wij slenteren naar de Geldersekade en slaan linksaf, waar de torenspitsen van het Waaggebouw dromen over het verleden. 'Weet je dat Rembrandt hier zijn anatomische les heeft geschilderd?' vraagt Harry. Ik heb er, als kind, het meer dan levensgrote beeld van de reus Goliath naast de dwerg David gezien. Vader had er een geintje over gemaakt: David en Oliegat. Dat Rembrandt er had geschilderd, wist ik niet. Maar Harry kent elk feitje uit de geschiedenis, met het fanatisme van de niet-intellectueel die niet achter wil blijven. Vroeger heeft hij op een schillenkar gezeten. Het zal wel waar zijn wat hij over Rembrandt vertelt, want de Jodenbreestraat is hier vlakbij, waar de oude man met het licht heeft getoverd dat in deze buurt nu niet meer te vinden is. De profeten van zijn schilderijen zijn gedeporteerd naar Polen.
97