RINUS
Nu ik schoenmaker-af ben, heb ik werk gevonden bij Rinus. Harry is bij hem ondergedoken op de Kloveniersburgwal, naast de Maatschappij voor den Werkenden Stand. Rinus heeft er vlakbij een brikettenfa-briekje, op de Recht Boomssloot, in een vroegere karrenloods. In die briketten zit een minimale hoeveelheid kolengruis, vermengd met afval van allerlei soort. Met een natte krant eromheen gewikkeld blijven ze urenlang in de kachel smeulen. Die natte krant behoort bij de verkooptechniek.
Ik sjouw dag in dag uit met een volle kar door de straten, vermijd zoveel mogelijk de bruggen over de grachten die je een breuk bezorgen, en verdien er geen droog brood mee. Ten dele is het mijn eigen schuld. Als je precies het aantal briketten afrekent dat je hebt meegekregen, kom je er niet. Je moet eenvoudig zeggen dat je vierhonderd briketten hebt opgeladen als het er vierhonderdvijftig zijn. Dat doet iedereen. Daardoor kom je aan je tax.
Rinus vraagt er zelf om te worden belazerd, en toch kan ik er niet toe komen. Met zijn surrogaat-briketten moet hij zijn gezin met tien kinderen onderhouden, en ook nog een aantal onderduikers die een voor een bij hem binnendruppelen op de Kloveniersburgwal.
Heel lang geleden is Rinus zeeman geweest, in de tijd van de Russische Revolutie. Als lid van de Communistische Partij mocht hij als enig bemanningslid van zijn boot in Wladiwostok gewapend rondlopen, zó'n revolver, vertelt hij trots. Hij heeft nog de op af-
96