zuurstof nog meer aanzuigen. Een versplinterd plankje is voldoende om een suikerbiet tot pulp te koken en de brij als beslag tot pannekoeken om te bakken. Bloembollen zijn allang niet meer te krijgen, en het grapje dat je aan een scheet kon ruiken wat iemand had gegeten: narcissen, tulpen of hyacinten, is bijna vergeten.
Samen wandelen we langs het Sarphatipark, ook al van naam veranderd, en ik til, druk pratend, Elsje op mijn nek, zodat ze er geen erg in zal hebben, want stel je voor dat ze het park in zou hollen dat verboden is voor joden, weliswaar niet voor haar maar wel voor mij, en hoe kan ik haar dan pakken als ze wegloopt? Ik ben er trouwens aan gewend, haar op mijn nek te dragen sinds ik niet meer met de tram mag, die trouwens helemaal niet meer rijdt. Achter het hek liggen de vijvers er bevroren bij, zonder de eendjes die zij vroeger brood wilde geven, en ook dat probleem is opgelost. Terwijl ik 'lammetje, lammetje, lammetje, kom er eens over mijn dammetje' voor haar zing, vraag ik me af wat voor invloed al die geheimzinnigheid, al die spanningen op zo'n kleine meid moeten hebben. Haar ene grootmoeder, Beps moeder, heeft ze alleen maar gekend als ze haastig een half uurtje, een uurtje uit haar onderduikadres bij ons kwam, en nu zit zij in een concentratiekamp. Haar man is gefusilleerd. Opa, mijn vader, is vertrokken naar een werkkamp, en we hebben Elsje wat wijs moeten maken. Mijn moeder is weggehaald toen Elsje sliep, en de volgende dag vroeg ze naar haar. Mijn broer Maurits, waar was haar oom ineens gebleven? Een vriend heeft een foto van haar op haar klompjes in de zandbak genomen. Bep heeft het, rond-geknipt en geplakt onder de deksel van een jampotje, in een pakje naar Elsjes grootmoeder in Ravensbrück
39