HONGERWINTER
Als die kou er maar niet was. Hoe koud moeten de familieleden het wel niet hebben in de concentratiekampen? We weten helemaal niets meer van ze. Van mijn familie allang niet meer, de brieven die ik ze heb geschreven en die de Joodse Raad doorzond, zijn nooit beantwoord. Alleen van Beps moeder hebben wij brieven ontvangen uit Ravensbrück, totdat de geallieerden bij Arnhem wilden doorbreken en de spoorwegstaking begon. Daarna is elk contact verbroken, en kunnen wij ook geen pakjes meer sturen. Wel geven wij met een kindertransport naar het oosten van het land een briefje mee voor vrienden in Enschede, en smeken hun voedselpakketten voor Beps moeder te verzorgen.
Duizenden vliegtuigen vliegen nu dagelijks met hun bommen naar Duitsland, en terug. Granaatscherven van de luchtafweer ketsen op de daken. Ons Elsje slaapt door alles heen, ofschoon een vreemd geluid als het blaffen van een hond - waar zijn de honden gebleven? - haar kon wekken. Zij heeft zich volkomen aan de oorlogstoestand aangepast. Toen er, voor Dolle Dinsdag, nog razzia's waren en wij ons, bijtijds gewaarschuwd door buren met een kennis bij de politie, weg-haastten naar oom Piet en tante Riek, bleef zij op straat rustig doorslapen, haar hoofdje met haar kortgeknipt blond haar op mijn schouder. We hebben al wat angst om haar uitgestaan. Lange tijd sliep zij in de huiskamer onder het raam, omdat haar kamertje in bezit was genomen door vrienden. Op een nacht werden wij wakker door een scherpe knal vlakbij. De Grüne Polizei
33