hoord? Door de WA-man aan de overkant? Zij en oom Piet zijn het erover eens geweest dat ze Hermannetje in huis moesten nemen. Je kan de joden niet aan hun lot overlaten. Kijk eens naar de familie Pach, die op één hoog had gewoond, stuk voor stuk zijn ze vertrokken met een rugzak of hun koffertje. God weet wat er van ze terecht is gekomen. 'Je hart huilt als je aan ze denkt', heeft tante Riek mij meer dan eens gezegd. De oudste dochter was een vrolijke meid die met haar meeging boodschappen doen. Gelukkig is de jongste ondergedoken. Tante Riek is vooral bang voor oom Piet, wat er zal gebeuren als ze hem arresteren. Ze zijn zelfs nog nooit met vakantie in het buitenland geweest, wat zou er van hem terechtkomen in een concentratiekamp?
Zelfs midden in de nacht wordt Hermannetje soms schreeuwend wakker, het is elke dag hetzelfde. Het kind kan er ook niets aan doen, dat maakt het juist zo moeilijk. We horen hem boven protesteren, terwijl zij haar handen om zijn mond klemt en zich laat bijten zonder een kik te geven, hem optilt, zijn hoofd tegen haar borst drukt die pijn doet, en hem de huiskamer binnendraagt.
Terwijl wij op de zolderkamer nog ademloos luisteren naar wat er beneden gebeurt, begint het luchtalarm te loeien. Jan van Jankenstein slingert zijn huiltoon van laag naar hoog en van hoog naar laag door de straten van Amsterdam. Als wespen zoemen vliegtuigen boven de stad, het luchtafweergeschut blaft als een meute woedende honden, granaatscherven ketsen op de dakpannen, op straat schreeuwt iemand van de luchtbescherming: 'Dicht die verduistering', en alle mensen, op elke verdieping, in ieder huis, controleren angstig of er nog een kiertje van het raam niet bedekt is.
132