zwart insmeren en ze langs de borstel houden. Dat is niet zo vermoeiend. Het is vier uur in de middag, en voor zevenen zijn we niet klaar met het werk. Ze mogen vooral niet merken dat ik nu een beetje de lijn trek, ze werken allemaal als gekken. Ik bijt op mijn tong, en met het ritme van de machine herhaal ik: geef het niet op, geef het niet op....
Aan de overkant van de Muiderstraat ligt de Portugese sjoel, en ik aarzel een ogenblik hoe ik naar huis zal lopen. Op de brug over de Nieuwe Herengracht blijf ik staan, omdat de grond onder mijn voeten deint. Daar ligt de Hortus. Ik durf geen stap meer te verzetten, uit angst te vallen. Als er een smeris langs komt, denkt-ie vast dat ik sjikker ben.
'Kom jongen', hoor ik Frank Furth tegen me zeggen, 'we moeten naar huis. Het is bijna acht uur. Je wilt toch niet in spertijd op straat lopen ? Dan hadden we jou wel meteen met de schoenen aan de Hollandse Schouwburg kunnen afleveren.'
En nu kan ik niet eens meer naar p i g o l , op 2 9 september is de Joodse Raad opgeheven. Om schoon schip te maken hebben de nazi's voor de zekerheid een week geleden de Joodse Invalide leeggehaald. Ook daar hebben ze joden voor gebruikt, van de ordedienst. Ik ken er een van, de broer van een goede vriend van me. Hij vertelde het me, en had lol, zei: 'Je had die ouwe mensies eens moeten zien, ze bidden en ze smeekten.'
Ik schaam me als ik eraan denk. Die hele Joodse Raad is één mislukking, één vervloeking geweest, waarbij de nazi's de ene jood tegen de andere hebben uitgespeeld.
114