'Waarover?' wilde Joseph weten.
'Ik heb mede namens Michel in Amsterdam een proces aanhangig gemaakt tegen een stalinistische agent, die bij de Duitse geheime dienst schijnt te hebben gewerkt en naar Oost-Duitsland is uitgeweken. Hij heeft in Oost-Berlijn een persconferentie gehouden, waarin hij lasterde dat Michel en ik in dienst van Von Gehlen zouden staan. Wij hebben De Waarheid en l'Humanité, die het bericht publiceerden gedagvaard wegens laster, en hun advocaat heeft voor de rechtbank een waarborgsom van tweeduizend gulden geëist omdat Michel niet in Nederland woont. Dat geld moest er bijtijds komen, om geen termijn te laten verstrijken, en is door Mien Sneevliet geleend. Dat is een jaar geleden. Nu vraagt zij het geld terug.'
'Krankzinnig om zo'n proces te beginnen', schamperde Ernest.
'Krankzinnig? En Trotski destijds? Die onderstreepte dat we ons tegen de laster van de Moskouprocessen moesten verweren. Dat was volgens hem het enige middel om de door Stalin beoogde demoralisatie van onze mensen te bestrijden.'
'In Amsterdam zeker', smaalde Ernest opnieuw. 'Daartoe is geen enkel besluit genomen door het Internationaal Secretariaat.'
Jammer genoeg was Livio wegens ziekte afwezig, maar gelukkig had ik zijn brief bij mij, en ik las voor:
'Turijn, z8 november 1961. "Ik heb de schandalige aanval door de stalinisten zowel tegen jou als tegen Michel gelezen (natuurlijk om onze beweging te discrediteren). Onze vriend en ik zijn van mening dat er een klacht moet worden ingediend en ik heb onze vrienden in Frankrijk reeds geschreven dat zij contact moeten opnemen met een
409•