advocaat. Ik geloof dat jij in Nederland een klacht moet indienen."'
'Dat schrijft Livio', onderbrak Joseph, 'dat houdt nog geen beslissing in.'
'Maar Livio was toen secretaris van het Internationaal Secretariaat', antwoordde ik hem scherp.
'Ik stel voor dat we de brief van de agenda afvoeren', interrumpeerde Pierre, terwijl hij hem in een map wilde leggen.
'Dat gaat zo maar niet', riep ik wanhopig. 'Het IS zal tenminste antwoord moeten sturen aan Mien Sneevliet. Al wordt er maar een regeling getroffen, daar is zij wel tevreden mee.'
Pierre boog zich naar Ernest, die geërgerd met zijn hoofd schudde. Toen stond Joseph op, stroopte zijn omlaag gezakte rechtermouw omhoog, pakte de rugleuning van zijn stoel vast en vroeg sarcastisch wat voor soort trotskist ik eigenlijk was om kostbare tijd te verknoeien met dirty geldkwesties.
De kamer begon voor mijn ogen te draaien, en het scheen alsof de met schilderijen behangen muren mij uitlachten, een tong uitstaken of naar mij wilden spugen. Kon ik maar weglopen. Kon ik ze maar toeschreeuwen: 'Rotzakken dat jullie zijn. Ons het gevaarlijke werk laten opknappen, en als er moeilijkheden komen jullie kloten redden.' Dat mag nietj' je zit hier voor de tendens, een conflict maken voor zó'n ellendige geldgeschiedenis, dat gaat niet, dat kun je niet verantwoorden tegenover Michel, maar als je thuiskomt zal Mien Sneevliet je vragen naar een beslissing, en zij heeft toch recht op haar geld, of op een briefje desnoods dat het er niet is, ook al is het niet waar. Het is wel gemeen van haar dat ze me voor die
410•