gelijks, de kinderen zelfs tijdelijk hier laten. Onze jongen kon bij Jo in huis, je weet wel, mijn collega die zich voor ons had ingezet. Onze jongste dochter kon bij haar oudste zuster komen. We hadden alles al geregeld, idioten die wij waren.
Maar jij, Michel, beet mij toe: En de sociale voorzieningen?
Alsof het werk in het revolutionaire Algerije hetzelfde was als een burgerlijke betrekking in Casablanca. Alsof ik mij in Algerije wilde verzekeren van een goedbetaalde, veilige baan. Hoe kon ik antwoorden op die gemeenheid zonder je voorgoed de rug toe te keren en daarmee de beweging in de steek te laten? En dus vroeg het je beschermende partijlid, toen je even later vertrok: 'Wat is er met jou aan de hand? Je ziet eruit als een geest.'
De discussies waren hartstochtelijk, en in de pauzes tussen de zittingen klitten de afgevaardigden bij elkaar. Jij gelastte mij: 'Ga daarginds bij het trio staan, om te horen wat ze bespreken.' Toen ik aarzelde snauwde je: 'Of ben je daar misschien te bang voor.' Te bang. Dat zei jij, Michel, na alles wat we samen hadden gedaan en doorstreden voor de Algerijnse revolutie. Te bang. En misschien had je wel gelijk, want ik was bezig bang te worden voor mijn eigen partijgenoten.
's Avonds, kort voor het slapen gaan, ontmoette ik jou en Hella plotseling alleen, en ik vroeg jullie, gezamenlijk de misverstanden over die brief uit te praten. Hella snauwde: 'Het is hier geen bewaarschool', en verdween. Jij volgde haar, draaide je nog even om, fluisterde mij toe: 'Ik heb niets van die brief geweten', en verdween eveneens. Je woorden verwarmden mij een ogenblik, maar het kwaad
404•