ten, met onze jongste bij zich die op haar lijkt en ruim een jaar voordat ik naar Latijns-Amerika vertrok, geboren is.
Nog weet ik niet wat Michel met mij van plan is. In Nederland blijf ik niet na alles wat er is gebeurd, en in het Internationaal Secretariaat wil ik niet meer, alleen met het trio en zijn vergaderingen ergens in het buitenland.
Nu nemen wij afscheid, na zoveel strijd en leed te hebben gedeeld, en ik vraag:
'Wat is de bedoeling, Michel?'
'Je moet zo spoedig mogelijk bij ons komen', antwoordt hij zonder aarzelen.
383•