heeft verricht is verantwoord geweest, en daar heeft hij geen buitenstaanders bij gehaald. De rechtbank heeft ons de aankoop van een waterpas ten laste gelegd, en ons daarop natuurlijk moeten vrijspreken. Bovendien heeft de wapenwet, zo heeft Mr. Smeets ontdekt, geen internationale rechtsgeldigheid. En ook voor de valse persoonsbewijzen zijn wij niet veroordeeld, omdat Nederland nu eenmaal geen persoonsbewijzen kent. Zal de wereld ooit te weten komen wat wij in Marokko tot stand gebracht hebben?
Nog minder dan een maand, dan zit het erop. Ik kan niet meer denken, niet meer schrijven. Wel kan ik weer geintjes maken. Een oude bewaarder kwam 's avonds bij mij in de cel boeken halen om mee naar huis te nemen. Ik heb ze netjes voor hem ingepakt, en er een missaaltje bij gedaan.
Nog zestien volle dagen. Duizend strijdige gevoelens bestormen me. Nu eens hoor ik mezelf heel hard zingen, dan weer bekruipt me de angst, nog voor de invrijheidstelling dood te zullen gaan. 's Nachts durf ik geen oog meer dicht te doen. En de dag is een monster dat ik in honderd stukken snijd, om te ontdekken dat elk stukje weer tot leven komt.
De laatste week is aangebroken. Ik eet mijn laatste rodekool, neem de laatste douche en breng voor het laatst de boeken rond.
En nu doorwaak ik mijn laatste nacht in de cel. Ik hoor de bewaarder zijn ronde doen, haastige, holle stappen in de nacht, eens per uur. Wie wil vluchten moet wachten tot hij voorbij is. Of wachten op een geschikte dag, zoals de
379•