Het vonnis
Ik ijsbeer in mijn interlockje door de cel, om de benauwdheid van het warme juliweer van mij af te schudden, en kan mijn draai niet vinden. Na de spannende dagen van het proces is het wachten op de uitspraak. Nu de vredesonderhandelingen tussen Frankrijk en Algerije zich zover hebben ontwikkeld, zal het niet meer mogelijk zijn ons een al te zware straf te geven.
Het verloop van het proces heeft mij niet teleurgesteld. Michel zei na afloop tegen me: als het allemaal van tevoren zo was gepland, had het niet anders kunnen lopen. Zelfs hij heeft er geen idee van wat Mr. Smeets en ik al die maanden ter voorbereiding hebben gedaan.
En nu is de uitspraak er: een jaar en drie maanden, een gelijkluidend vonnis voor Michel en mij, wegens medeplichtigheid aan het uitlokken van medeplichtigheid bij het drukken van valse Franse francs. Ik probeer te analyseren hoe de rechtbank tot een dergelijke formulering kon komen, om er dan mijn schouders over op te halen. De zogenaamde valsemuntersgeschiedenis is niet meer dan een flop gebleken. Niet één valse franc heeft ooit het publiek bereikt. Tijdens het eerste verhoor vertelde de commissaris van de rijksrecherche mij al, dat bij Jan de Etter de misdrukken van valse persoonsbewijzen in de vuilnisbak zijn gevonden. Van het begin af aan heeft Ab met hem samengewerkt, en is ons werk door de justitie gevolgd. Waar was sprake van provocatie, en waar niet? God mag het weten. Ab zelf was geen provocateur, daar ben ik van overtuigd, al zal ik hem zijn samenwerking met de Etter nooit vergeven. Het werk dat hij in Marokko voor de fln
378•