ma forma, met de duidelijke tendens de niet aangename achtergrond van politieke intriges en provocaties van bepaalde zijde te verbergen. Een trouwe kopie van wat men in Frankrijk doet bij de vervolging van Algerijnen. Maar zoals het ze daar nooit gelukt is, zal het ze hier ook niet gelukken.
Ofschoon het al eind mei is, zit ik met een trui aan. De wind staat op de luchtkoker. Lekker. Bij windstilte walg je wanneer je je eigen cel binnen komt. Soms denk ik: het is hier helemaal van steen. Ongetwijfeld is wel eens een gevangene op de gedachte gekomen de fik erin te steken. De bouwers van deze massale stenen doofpot moeten dat wel hebben gevreesd. En ook hun motief, mensen achter slot en grendel te zetten, stoelt op vrees. Vrees voor hun bezit, voor hun rust, hun bevoorrechte positie. En wij, die ertegen vechten, worden eveneens geleid door vrees. De vrees voor een nieuwe oorlog, voor fascisme. Mijn gefantaseerd heldendom is al ondergedompeld in heel wat golven angst, angst, angst.
Ik schuif mijn eigen muizenissen een ogenblik opzij voor andere zaken, die me intens bezighouden: de vredesonderhandelingen in Evian, en de ontwikkelingen in Frankrijk zelf die erop wijzen dat de arbeidersbeweging generaal De Gaulle, die nieuwe Bonaparte, zo langzamerhand beu wordt.
Nog een goeie week, dan zitten we een jaar in voorarrest. In de dagvaarding staat geen enkel feitje dat een dergelijk lang voorarrest rechtvaardigt, er wordt niets geproduceerd dat niet even goed een half jaar of nog langer geleden had kunnen worden gesteld, het is allemaal 'oud nieuws'. Zou de justitie zelf met de zaak in de maag hebben geze
364•