De bibliotheekmeester is een vriendelijke man. De sport-meester, die ook vaak in de bibliotheek werkt, eveneens. Beiden zijn in zekere zin gevangenen van het systeem. Meer dan zijzelf weten. En meer vaak dan de gevangenen zelf. Zo filosofeer ik maar wat in de ruimte, en vliegen de dagen om.
Ik had nogal wat last van koortsuitslag, het verdween, kwam terug, verdween, kwam terug, tot de dokter, hoewel er van bloedarmoede geen sprake is, staalpillen heeft voorgeschreven, die ik nu vol vertrouwen inneem. En mijn koortsuitslag verdwijnt gelukkig. We zullen het maar op verminderde weerstand houden. Zo'n 'voorarrest' van een kleine acht maanden gaat je nu eenmaal niet in de kouwe kleren zitten. Om er bij mij de moed in te houden geeft de vrouw van mijn advocaat hem stukjes kaas mee, die ik als hij op bezoek komt haastig in het advocatenka-mertje moet doorslikken.
Vandaag zitten wij precies acht maanden in voorarrest. En hoewel ik het zelf zo heb gewild, begint het me toch danig op mijn zenuwen te werken. Hella beweert dat mijn advocaat toegeeft aan de druk van justitie, en zulke conflicten zijn afschuwelijk wanneer je er alleen met de muren en met Clausewitz over kan praten, die 'frictie' onvermijdelijk noemde. Want bij Clausewitz probeer ik steeds een bevestiging van mijn standpunt te vinden, en dat is een klein kunstje. Overal tref je wel opvattingen aan die jein je schema kunt passen. Zou ik bang zijn voor het naderende proces? Zou dat de werkelijke reden van mijn vertragingstactiek zijn? En van welke kant je het ook bekijkt: een proces zou op dit moment tot zware straffen leiden, al was
358•