Mijn heil zoeken bij het stalinisme of het reformisme? Om de arbeiders in slaap te sussen? Of iets anders gaan doen, schrijven bij voorbeeld, wat ik eigenlijk had gewild? Maar de wereld moet veranderd worden.
De trein rijdt het Centraal Station binnen, dat er grauw uitziet. Straks gaat ieder van ons naar zijn eigen cel. Het is half vijf, en ik zal bijtijds terug zijn om mijn oudste dochter en haar man te omhelzen in de spreekkamer van het Huis van Bewaring. Even staan Michel en ik op het perron, nog aan elkaar geboeid, buiten gehoorsafstand van de rechercheurs die iets met elkaar bespreken.
'Luister, Sal, weet jij een adres waar ik zo nodig naartoe kan vluchten?'
Een adres in de buurt van het Leidseplein? De kunstschilder woont vlakbij, die mee was naar het Wereldcongres. Het is riskant, maar aarzel niet, straks komen die rechercheurs, en ik antwoord, zachtjes, en toch duidelijk voor Michel: 'Marnixstraat honderdzestig, honderdzestig, honderdzestig. C'est Arie, de kunstschilder die op het Wereldcongres was.'
Het lange wachten
De man die ons verraden heeft, de Vakman, is als getuige door de rechter-commissaris gehoord. Een stumper met een hazelip, die nauwelijks uit zijn woorden kan komen. Wij moesten erbij zijn, om vragen te stellen. Op een vraag van mij, of hij ons heeft aangegeven, antwoordde hij ontkennend, en dat werd door de griffier zo genoteerd, zonder enig bezwaar van de rechter-commissaris. Toen wij later het proces-verbaal te lezen kregen bleek uit vele bijzinnen
349•