'Wat denk je van mijn verklaring voor de rechter-com-missaris? Ik heb het alleen maar gedaan om je te helpen.'
'Dat weet ik', antwoordt hij, en dan: 'C'est une these possible.'
Alleen het denderen van de trein verstoort de stilte. 'Je moet niet meer aan zelfmoord denken, Michel, ik zal je altijd helpen.'
'Dat weet ik. Ik studeer nu veel en heb Oorlog en vrede van Tolstoi gelezen, en de biografie van Jones over Freud. Die moet je ook lezen.'
'Maar dat heb ik', antwoord ik verheugd en zo hard, dat een van de rechercheurs even zijn ogen opent.
Michel heeft ook de werken van Plato opnieuw bestudeerd. Ja, hij is knap. Ik wou dat ik zo knap was. Ik ben wel aan Hegel begonnen, verschrikkelijk moeilijk en meer dan de helft snap ik niet, maar wat je begrijpt is soms een openbaring. Clausewitz ben ik ook gaan lezen, omdat volgens hem het gevecht op het slagveld en het gevecht voor de rechter door dezelfde wetten worden beheerst. Het tijdrekken past er ook in. 'Je moet proberen Seneca te krijgen, en Listen, Yankee van Wright Mills over Cuba', zegt Michel.
In gedachten nu, vervolgt hij: 'Een oude Griek heeft eens gezegd dat je pas aan het eind van de reis de balans kunt opmaken.'
Is Michel bang dat ik niet tot het eind toe in de beweging zal blijven? Toch heb ik hem eens, na die narigheid met het trio, gezegd: 'Al blijven wij tweeën over, ik heb de koers van mijn leven bepaald.' Dat heb ik nu weer bewezen, na alles wat er is gebeurd en na wat ik op het spel heb gezet. Er bestaat voor mij niets anders meer. Welke reden kan ik nog hebben om me met het kapitalisme te verzoenen?
348•