iedereen weet dat wij het slachtoffer van een provocatie zijn en niets met die smeerlap van doen hebben.
Middagverhoor.
'Nein, ik heb niets te verklaren.' Helmut glimlacht even in mijn richting. Wil hij zich rehabiliteren voor de belastende verklaring na zijn arrestatie?
Vandaag, op de 5de oktober 1960, is onze Ellen getrouwd. Ik had gevraagd, op het stadhuis te mogen zijn; waarschijnlijk is om die reden het verhoor in Vaals juist op deze dag vastgesteld. Ik fluister naar Michel, die nu tegenover mij in de politiewagen zit: 'Weet je dat onze oudste vandaag is getrouwd?' 'Ja, dat is waar', antwoordt hij verrast. Hij heeft tranen in zijn ogen, en ik zou hem daarvoor willen omhelzen.
'Ze komen om vijf uur op bezoek in het Huis van Bewaring. Als we maar op tijd in Amsterdam zijn.'
Waar is het wachten op? De auto moet ons naar de trein brengen. Wij mogen samen reizen, op voorwaarde dat er niet wordt gepraat.
Hella haast zich naar de open achterdeur.
'Michly', noemt ze Michel, en hij antwoordt snel: 'Je moet iets kopen voor de kinderen van Sal.'
De rechercheurs staan een gesprek niet toe. Hella staat nu zwijgend op een afstand, kijkt Michel aan met haar grotere donkere ogen.
'Zie je hoe haar ogen schitteren?' zegt Michel zacht tegen mij, maar ik kijk verlegen de andere kant uit om hen niet te storen.
En weer spreken wij met woorden die niemand kan verstaan, in klanken die zich oplossen in het geraas van de
346•