antwoordt: 'Dat hij zulk werk deed wist ik al van na de oorlog, dus dat verhaal verbaast mij niet. Of hij in de laatste jaren nog contact met de bvd had is mij niet bekend.'
Terwijl de rechter-commissaris na elke vraag het antwoord van Ab opnieuw formuleert en aan de griffier dicteert, heeft zij nu een ander vel gepakt en vraagt verder aan haar getuige: 'Wat wist u van die machines af?'
Onmiddellijk sta ik op en vraag: 'Waarom heeft de griffier het vorige antwoord niet genoteerd?'
'U wilde toch geen vragen stellen?' zegt de rechter-commissaris sarcastisch, 'u bent hier immers niet aanwezig?'
'Goed, ik ben hier niet aanwezig. Maar de officier van justitie wel, en de rechter-commissaris van Zuid-Limburg, en u zelf. Die zullen voor de rechtbank onder ede niet kunnen ontkennen wat hij hier heeft verklaard.'
Even kijkt de rechter-commissaris om zich heen, in gesloten gezichten, en zij dicteert alsnog het antwoord.
Als een schooljongen steekt Ab zijn vinger op, voegt eraan toe dat hij wel wist op welke manier de Etter daar werkte en daarom ook geen angst voor hem had.
Ik wil meer vragen, maar de rechter-commissaris hamert: 'Wilt u uw mond wel eens houden, ik sta dit niet langer toe.'
Opnieuw worden wij weggeleid. Politiemannen jagen mensen naar achteren. Rustig slentert een jongeman in mijn richting, doet alsof hij bij het apparaat hoort, houdt zijn aktentas netjes onder zijn arm. Ik ken hem van Het Vrije Volk en schreeuw naar hem, nog voordat de recherche hem kan wegjagen: 'De Etter werkt voor de BVD.'
Als het maar in de krant komt, in godsnaam, zodat
345•