op verhoor, postje voor postje mijn kasboek zat te controleren. En ik had er lol in, want ik heb alle betalingen en uitgaven voor les frères tot op de laatste cent bijgehouden. En altijd speelde daarbij de gedachte door mijn hoofd: mocht er ooit iets spaak lopen, mocht men ons ooit voor valsemunters uitmaken, dan moet het voor Bep en de kinderen, en voor al mijn vrienden en voor het nageslacht duidelijk zijn dat ik er persoonlijk geen financieel voordeel van heb gehad. Wat zal Michel ervan denken als hij me zo ziet aan de grens? In voorarrest hoef je geen gevangeniskleren te dragen behalve als je buiten de cel werkt, wat ook voor de bibliotheek geldt. Ik zal uit protest weigeren te eten, al mag Michel dat niet weten. Hij heeft tb gehad, stel dat je voor dat hij zich erbij aansluit.
In mijn herinnering was Zuid-Limburg lang zo mooi niet. Als opgeschoten jongen heb ik eens met mijn broer door dit glooiende landschap gefietst. Hij heeft toen een smak gemaakt en een spiertje gescheurd. Hoe lang is het geleden? Westerbork ligt ook in het oosten, maar aan de andere kant van Nederland. Ik voel werkelijk paniek nu de rechercheur mij in de richting van de Duitse grens rijdt.
Vaals. Ik herken het plaatsje niet. De auto komt links van de weg te staan. Mensen worden op een afstand gehouden. Zijn die er allemaal voor ons?
'Bonjour, Sal.' Hella steekt haar hoofd door het geopende zijraampje. Zij heeft zich niets aangetrokken van het verbod om naderbij te komen en wil me een sigaret geven. Zou ze Michel ook hebben gezien? 'Daar staat hij', zegt ze haastig en wijst op een politieauto twintig meter verderop. Bij de geopende achterdeur zit Jan de Etter. Wat een vuile streek om Michel bij hem te zetten.
Zenuwachtig gebaart de rechercheur dat Hella weg
340•