Onderdanig doen, daar krijgen ze mij niet voor. Maar als je de schuld op je neemt, hebben ze je dan niet klein? De schuld op je nemen om Michel te helpen is toch heel iets anders?
'Ken je deze brief?'
'Ja', antwoord ik onverwachts, tot verrassing van de commissaris en van mijn advocaat, die bij het verhoor aanwezig is. 'Ik wil graag een verklaring afleggen.'
Haastig trekt de commissaris zijn schrijfmachine naar zich toe, draait er een vel papier in, tikt en leest hardop: 'Ik beken.'
De formulering snoert mij de keel dicht. Zo begonnen de verklaringen van de oude bolsjewiki die voor de stalinistische terreur door de knieën waren gegaan. Dat is heel anders, idioot, zij kwamen met de meest waanzinnige schuldbekentenissen, om ten slotte Trotski te besmeuren. Jij helpt Michel juist. En je noemt toch verder geen namen?
'Ja, ik beken.'
Terwijl de commissaris zich over de schrijfmachine buigt, vertel ik dat in het begin van 1958 van Algerijnse zijde met mij persoonlijk contact werd opgenomen, waarbij mij werd gevraagd of ik wellicht iemand kende die zou kunnen helpen bij het vervaardigen van voor de Algerijnse vrijheidsstrijd onmisbare papieren. Ofschoon niet uitdrukkelijk over vervalsingen werd gesproken, en ik te dien aanzien ook geen vragen wenste te stellen, was het mij duidelijk dat het om werkzaamheden ging die, naar wezen en aard, konden worden vergeleken met wat op dit gebied in Nederland tijdens de oorlog door de illegaliteit is geschied.
335•