Steeds draaien mijn gedachten om die vraag heen: zal ik de schuld op mij nemen als ze Michel daarvoor vrijlaten? Ik kom er niet uit, en ik baad in het zweet. Kon ik maar met iemand overleggen. Intussen verstrijkt de tijd en god weet wat ze met Michel van plan zijn.
Nauwlettend gadegeslagen door een rechercheur rijg ik de veters in mijn schoenen, die mij waren afgenomen om te voorkomen dat ik mij eraan zou ophangen, en misschien kan zoiets wel, in combinatie met de broekriem die ook gevaarlijk schijnt te zijn. 'Ik kan je boeien maar je mag ook zo mee', zegt de rechercheur, en laat de loop van een revolver door de zak van zijn colbert puilen. Ze zijn doodsbang dat ik probeer weg te lopen. Zeker om Michel in de steek te laten. Ik hoef niet eens ver weg, de commissaris van de rijksrecherche is hiernaartoe gekomen. Hij gebaart dat ik kan gaan zitten en kijkt mij enigszins spottend aan, uit een ovaal gezicht, dat bijna ongemerkt overgaat in zijn blonde haar. Zo ziet een voetbalcoach eruit, of een bedrijfsleider.
'Je hebt mij te spreken gevraagd. Kan ik iets voor je doen?'
Ook hij zegt jij tegen me, en even slik ik iets weg.
'Ik ben bereid alle schuld op mij te nemen op voorwaarde dat mijn vriend Michel wordt vrijgelaten.'
'Gisteren wist je nergens van. Wat voor schuld?'
'Dat kan me niet schelen, als mijn vriend maar niet wordt vastgehouden.'
'Nog steeds de martelaar spelen, hè. Nu ik toch hier ben: we hebben deze brief in je binnenzak gevonden. Weet je ervan?'
Hij laat me een brief zien van onze drukker van Fourth
317•