mij angstig maakt. Wanhopig zegt Hella: 'Straks zitten jullie in de gevangenis, en spelen anderen mooi weer van het werk dat jullie hebben gedaan.'
Voor het eerst huilt zij, tot ergernis van Michel, die haar verwijt dat ze sentimenteel is. Hij merkt ironisch op dat het in de geschiedenis altijd zo gaat. En voor het overige moeten wij het hoofd koel houden. Met die geschiedenis van de francs hebben we niet meer van doen. Maar Ab mag er ook bij de frères geen rotzooi van maken, en ik beloof dat ik hem zal blijven controleren.
Een afspraak met Ab en Helmut bij De Kroon op het Rembrandtplein. Ze komen uit Osnabrück, waar ze een drukkerij hebben ingericht waar ze nu voor les frères werken. We praten langs elkaar heen want voor meer geld moeten ze bij de fln en niet bij mij zijn. Woedend verlaat ik het restaurant, en ruk mijn brommer van het slot.
Uit de telefooncel op de hoek van de Utrechtsestraat komt een man met een lichte regenjas naar buiten. Gehaast loopt hij naar een auto aan de overkant. Je mag daar niet parkeren. Zouden ze mij volgen? Zouden ze het gesprek in De Kroon hebben afgeluisterd? In de Amstel-straat blijf ik met mijn brommer staan. Prutsend aan het oliekraantje kijk ik over mijn schouder. Ik zie een auto naar de kant van de weg afbuigen. Hij blijft mij op afstand volgen, met de trage gang van een begrafenisauto. Op de hoek van de Amstel en de Magere Brug stap ik weer van mijn brommer. Door de gaatjes van het urinoir zie ik de auto opnieuw stoppen. Zodra ik buiten kom, springt de man in de auto. Er is geen twijfel meer mogelijk. Pas op de hoek van de gracht, nadat ik linksaf geslagen ben op weg naar Hella, zet de auto vaart. Wat jammer dat Michel nu in Marokko zit. Natuurlijk moet ook Hella het weten.
312•