broekspijp, dat zie je tegenwoordig niet vaak meer. Die kerel is me al eerder opgevallen. Waar was het ook weer...
Wat vreemd, de postbus is niet gesloten.
'Ben jij vandaag al naar de post geweest?' vraag ik Michel kort daarna. Hij ontkent het, hij heeft de bus niet open laten staan. Zou hij denken dat ik me muizenissen in mijn hoofd haal? Want alleen hij en ik hebben een sleutel.
L'Ami heeft een drukkerij gevonden. Hij komt het mij 's avonds vertellen. Een zekere Stoomgaren wil hem verhuren.
Maar Michel wil helemaal niet meer met Ab 1'Ami samenwerken. Les frères moeten zelf hun zaken met hem regelen. Hij moet maar in het buitenland een drukkerij zoeken, daar kunnen zij hem controleren, want wij hebben geen vat meer op hem, hij doet precies wat hij wil. Zou Helmut hem in het buitenland niet kunnen helpen? Hij is hier emigrant geweest en nog kort geleden zei hij tegen mij: 'Als ik op de een of andere manier iets voor de Algerijnen kan doen, zeg het dan.'
Zoals in water dat op kookhitte raakt steeds meer luchtbellen omhoogstijgen, zo nemen de signalen toe die mij alarmeren. Op mijn werk vertelt een collega, bij mij in de buurt woonachtig, dat hij bezoek heeft gehad van een rechercheur, die informeerde of hij wel eens iets had gehoord over buitenlanders. Kort daarna is er een document uit mijn tas verdwenen, dat ik op de trap naar de stadsredactie terugvind. De post brengt bij mij thuis een brief, uit Frankrijk afkomstig. Er blijkt een andere brief aan vastgekleefd te zitten, bestemd voor een partijgenoot in Amsterdam-Oost. Beide brieven zijn afgestempeld en van enig toeval kan geen sprake zijn.
Ik zit bij Michel en Hella op hun kamer, en vertel wat
311•