naar een buurtgenoot kwam informeren en gelukkig aan de deur is blijven staan.
Ook 1'Ami is overwerkt, dat is zeker. 'Hoe kan ik het godverdomme alleen nog aan', verwijt hij mij, en eist hulp, die hij zelf wel zal zoeken. Maar dit mag juist niet, er mogen geen anderen bij worden betrokken. 'Dan verdom ik het langer', zegt hij bitter, en hij meent wat hij zegt. 'Ik moet overal voor zorgen, kan een grote smoel krijgen, en ik weet van voren niet meer dat ik van achteren leef.' Dat geldt voor mij net zo goed, maar ik ben lid van de Internationale, hij niet. Hij wilde het wel worden in het begin. Michel was daartegen.
'Vertel ze maar dat ik een arbeider ken die een goed vakman is. Hij interesseert zich helemaal niet voor de politiek, hij is mij persoonlijk ter wille. Als hij er een paar centen mee verdient, kan de rest hem niet schelen. Om die persoonsbewijzen werkelijk op tijd klaar te hebben is er geen andere oplossing.'
Zo wordt afgesproken na veel aarzeling, en op uitdrukkelijke voorwaarde dat de man alleen met 1'Ami in verbinding blijft en van ons verder geen weet heeft. Wij duiden hem aan als de Vakman.
'Morgen moet je naar Duitsland', houdt Hella mij voor. Hoe komt ze daarbij? Michel is er toch heen? Trouwens, hoe zou ik kunnen?
'Er komt een heel belangrijke frère over, uit de hoogste top. Je móet daarbij zijn.'
'Waarom is me dat niet eerder gezegd, ik kan toch niet zo van mijn werk weg blijven?'
'Hou je ziek.'
'Ik heb tegenwoordig dezelfde dag de bedrijfsarts nog bij me thuis.' 301