Zelfs Michel houdt zijn bek. Moet hij altijd de diplomaat uithangen om geen brokken te maken? De anderen, mogen die dan wel doen wat in hun kraam te pas komt? Mogen zij de beledigde spelen, terwijl ze mij de laatste tijd voortdurend hebben behandeld alsof ik een stuk vuil ben? De persoonlijke relaties verbreken, dat deed Lenin tegenover Stalin toen die zich al op de verschrikkelijkste manier had misdragen.
Michel stelt voor het incident als gesloten te beschouwen en tot de agenda over te gaan. Dat neem ik niet. Terwijl ik mijn papieren bij elkaar gris flitst het door mijn hoofd: nee, ik blijf het werk voor de beweging niet langer doen, alleen voor het Bevrijdingsfront blijf ik mij inzetten.
Voordat iemand me kan tegenhouden ren ik de deur uit om niet meer thuis te komen vandaag, ze kunnen mij nog meer, ik blijf in de stad zodat niemand me kan vinden en vanavond ga ik naar mijn werk, anders probeert Michel me weer te overtuigen dat ik vooral tactisch moet zijn, dat ik niet zo overgevoelig mag wezen, susceptible zegt hij natuurlijk, de uitdrukking kan ik al dromen, dat ik niet om mijn eigenliefde mag denken als het de beweging betreft.
'Hello mister Sal', het is Michel die me opbelt de volgende ochtend en me natuurlijk wil spreken. Hoe kan hij hier voor het secretariaat blijven werken als ik eruit ga, vraagt hij mij. Ik weet er geen antwoord op. Waarom heeft hij me niet verdedigd tegen Pierre, die in de war raakt bij de eenvoudigste problemen van de massabeweging, maar uitgekookt is als het fractioneel geknoei betreft?
'Maar ik heb je verdedigd', antwoordt Michel, 'je hebt me de tijd niet gelaten. Toen je bent weggelopen heb ik
300