De vergaderingen van het dagelijks secretariaat worden voortaan bij Sal thuis gehouden in Geuzenveld, beslist Michel. En geschreeuwd wordt er niet meer. De huizen zijn gehorig in zo'n nieuwe wijk.
Voordat wij beginnen, vraag ik het woord: 'Het spijt mij ontzettend dat ik me in Duitsland zo heb laten gaan. Misschien was ik te geprikkeld omdat ik overwerkt ben. Ik slaap tegenwoordig geen vijf uur per nacht meer, en tijdens de weekends moet ik naar vergaderingen. Bovendien moest ik mij in het Frans uitdrukken, waardoor je je gevoel voor nuances verliest. De taken groeien mij boven het hoofd, ik hoop dat jullie van mij willen aanvaarden dat ik op dat ogenblik me zelf niet was.'
Het woord is nu aan Pierre. Hij kijkt niet op als hij verklaart: 'Ik aanvaard deze excuses niet. Ik ben niet bereid langer persoonlijke relaties met camarade Santen te onderhouden en zal alleen nog met hem spreken in het kader van de beweging.'
Tranen komen mij in de ogen terwijl ik naar hem luister. Meent hij wat hij zegt? Weet hij dan niet hoe verschrikkelijk druk ik 't heb sinds het Internationaal Secretariaat 'nier is gevestigd? Pierre is toch een oude trotskist, heeft hij dan helemaal geen waardering voor wat ik doe, geen begrip voor de enorme last die op mij is gelegd, de bijna ondraaglijke verantwoordelijkheid en dat met mijn gebrek aan ervaring en vooropleiding? Hebben ze enig benul van de bezeten jacht die mijn leven is geworden? Is het niet genoeg dat ik mijn verontschuldigingen heb aangeboden ? Wat moet ik dan meer doen ? Knielen, hun hielen likken, hun stront opvreten misschien? Ik meen het toch oprecht als ik zeg er spijt van te hebben? Of denken ze dat het een manoeuvre is? Waarom zegt niemand iets? Is er niemand die mij verdedigt?
99